Met visie en calculeren een hypotheekplan samenstellen, waarbij openheid, duidelijkheid, flexibiliteit en hoog rendement voorop staat. Daarbij wordt aan de leenkant niet afgelost zodat er een constant fiscaal voordeel op de rente ontstaat ( Let op : zodra dit fiscaal voordeel niet meer aanwezig is, zal dit systeem onvoordelig worden, wanneer niet de winstrendementen zeer hoog worden...), terwijl aan de andere kant - onder voorwaarden - middels een levensverzekering fiscaal vrij gespaard wordt. Of dit nu levenhypotheek orthodox is, een spaarhypotheek of een zogenaamde hibride - vorm, de basisgedachte blijft eender. En pas je dit goed toe : heb je hier de goedkoopste hypotheken te pakken.
Binnen een goed hypotheekplan wordt de totale besteding - afhankelijk van de persoonlijke wensen - separaat aangewend voor de volgende drie onderdelen:
(=spaarpremie)
Jaarlijks zal de spaarpremie dienen om een kapitaal op te bouwen voor opbouw van de aflossings-bestanddelen op de aflossingsdatum danwel een andere vorm van aflossing.
"vrije keuze in winst-systeem danwel beleggings-model of spaarsysteem"
(=risico-premie voor overlijdensverzekering)
natuurlijk is meer maatwerk mogelijk
De overlijdensdekking wordt verzekerd op basis van eenjarige risicokapitalen, reeks verzekeringen met een looptijd van elk 1 jaar, waarbij rekening wordt gehouden met de reeds opgebouwde waarde in de "spaarpot".
(=arbeids-ongeschiktheidspremie)
Premievrijstelling kan worden meeverzekerd evenals bepaalde woongarantie-verzekeringen zoals de opvang van de maandlasten bij arbeidsongeschiktheid alswel eventuele werkloosheidsrisiko's.
Flexibel omdat op velerlei punten variaties aan te brengen zijn.
Wanneer een bedrijf zegt, winst te hebben gemaakt, dan kan dat in principe pas na afloop van een boekjaar, en meestal zal zo'n jaar 365 en eens per 4 jaar 366 dagen in dat jaar tellen. Hoewel tegenwoordig ook levensverzekering maatschappijen een winstberekening op jaarbasis publiceren, kan dat eigenlijk niet gelden voor de winstberekening per verzekering.
Een verzekering is een zogenaamde kans-overeenkomst. Die kan kort of langlopend zijn, maar in de gevallen waarover we het in deze website hebben, zal het veelal gaan om langlopende overeenkomsten, van 15 tot 30 jaar of soms langer.
Neem nu een verzekering met een uitkering uitsluitend bij eerder overlijden van de verzekerde binnen de looptijd van de polis : bereken je dat op 1 leven, dan ben je bezig met gokken en niet met verzekeren. Verzekeren is je kansen berekenen op een statistisch voldoende aantal betrokkenen in bepaalde leeftijds- en risikogroepen.
Dan zul je zien dat de jongere leeftijden wat minder sterfte laten zien dan de wat oudere leeftijdsgroepen, dat zie je dan ook onmiddellijk terug in premietabellen voor 1-jarige risikoverzekeringen. Bij een langlopende verzekering met een gelijkblijvende premie, zal de verzekeringmaatschappij in de eerste jaren te veel ontvangen en in de latere jaren wellicht iets te weinig. Daarbij : juist door die kansberekening zult u overleven, en een andere klant van die verzekeringmaatschappij wellicht niet. Onzeker is wanneer dat dan binnen de looptijd van de polis zal gebeuren.
Wanneer kun je dan spreken van winst op overlijdensrisiko ? Aan het eind van die overeenkomst. En zelfs dan, omdat de meeste polissen niet allemaal op 1 dag afgesloten worden en aflopen, zal het een benadering blijven.
Dat ligt bij een spaarverzekering niet anders. Deze wordt voor de begripsvorming vaak vergeleken met een spaarrekening bij een bank, lijkt er ook veel op, maar er komt een belangrijk aspekt bij. Het verzekerings-aspekt.
We hadden het al even over dat statische kans-werk. Dan is duidelijk dat niet iedereen de eindstreep zal halen, wie wel en wie niet, is niet bekend. Wel kun je zeggen, dat aan het begin van de looptijd van de verzekering de kans op het niet-halen van de eindstreep groter is dan verderop gedurende de looptijd. Sterker : naarmate de looptijd vordert, wordt de kans steeds groter, dat de verzekerde de rit gaat uitzitten.
Want wat gebeurt er : natuurlijk reserveert de verzekeraar de spaargelden inklusief een bepaalde rentevoet. Maar in de eerste jaren - tengevolge van die kansberekening - zal de verzekeraar minder reserveren en met dat mindere polissen financieren van gelukkigen die wel de eindstreep halen. Dat zou voor veel consumenten duidelijk zijn, wanneer het totaalplaatje iets minder troebel zou zijn vanwege het kostenaspekt, maar zo werkt het wel , iets korter beschreven dan in werkelijkheid, maar ook deze pagina is beperkt.
Dus ook hier geldt : pas aan het eind van de looptijd kan sprake zijn van winst op spaarverzekering.
Plak je deze twee verzekeringsvormen aan elkaar vast, heb je een zogenaamde gemengde verzekering die in vele variaties kan voorkomen.
Als we dan al zien dat het tempo van de winstbepaling "hachelijk" is, verzekeraars dus een bepaalde "slag om de arm" houden, moeten we nog aangeven met welk percentage we dan gaan werken.
In het verleden 4% , maar sedert enige jaren zijn verzekeringmaatschappijen verplicht om met 3% rekenrente te gaan werken. In het verre verleden, zeg maar zo voor de Wereldoorlog II , was 2 , 2 ½ en 3% heel gebruikelijk. Pas later, toen de rendementen van verzekeraars wat beter werden , de hele economie hoge percentages liet zien, is men op 4% gaan zitten. Veel pensioenfondsen, die direkt of indirekt weer sterk betrokken zijn bij verzekering maatschappijen werken nog steeds met 4% (..)
Goed, met 3% wordt gerekend, de risikoverzekering, de spaarverzekering, de aanvullende dekkingen en de kosten. Anders gezegd, u mag 3% minder betalen, omdat men ervan uitgaat, op de lange duur die rente te kunnen verdienen op uw inleg. Wanneer nu met behulp van onderstaande systemen een hoger rendement dan die 3% gemaakt kan worden, dan wordt boven een van geval tot geval verschillende marge, het meerdere als winst beschouwd. Winst die - ook weer afhankelijk van de verzekeringsvorm - toekomt aan de verzekeringnemer cq. begunstigde op de polis.
En daar zie je dan ook direkt een belangrijk verschil tussen de zeg orthodoxe verzekeringsvormen en de beleggingsvormen in fondsen : de eerste schrijft de winst in dezelfde verzekeringsvorm bij op de polis, en dat bedrag kun je dan niet meer kwijtraken, bij de tweede wordt je wel blij van de koerswinst-stijging , maar je zult moeten wachten tot het moment van de daadwerkelijke uitkering en de koers van dat moment, of inderdaad die winst gemaakt zal worden, of dat de winst door dalingen weer is verdampt. De eerste zal wat voorzichtige winstpercentages laten zien, de tweede roept vaak wat juichende en extremere koerscijfers. Het is aan u , kandidaat voor een dergelijke polis, om een keus te maken tussen minder procentjes en meer zekerheid of meer procentjes en meer risiko.
Winstdeling kan zijn door middel van:
een "individuele" keuze
©WFS webdesign 2002- 2010